Niet vallen
Gretha van der Laan
Denk niet aan een krokodil. Waar denkt u aan? Juist, een krokodil. Wij zijn niet gebouwd voor ‘niet' boodschappen. Geen taart eten! -zag u hem?- Niet door rood licht rijden. Het werkt niet. Niet vallen. Dat was wat ik dacht toen ik een eindweegs tussen twee bomen bungelde in Frankrijk.
We waren een dagje naar een klimbos op een berg. Er waren verscheidene parcours en ik deed samen met Lucas het gele parcours. Ik heb geen hoogtevrees, zolang ik maar op mijn eigen beide benen sta, ook al is het aan de rand van de afgrond. Maar ergens vanaf springen, over balanceren als ware ik een koorddanseres, vind ik heel erg eng. Zelfs als dit koord maar een meter boven de grond hangt. We hebben het per slot van rekening wel over het gele parcours!
De moeilijkheidsgraad nam toe. Ik had al wat capriolen gedaan, hindernissen genomen, aangemoedigd door mijn nageslacht: ‘goed zo mam, je kunt het, even doorzetten'. Lief, maar ook een beetje gênant want is het niet zo dat ik moet aanmoedigen en boven de situatie moet staan? Volgens mijn geliefde keek ik nogal paniekerig en ik beken dat de tranen me in de ogen stonden toen ik als een slingeraap van de ene boom naar de andere moest aan een dik touw. Toen ik onverhoopt ook nog mijn hoofd stootte tegen de boom waar ik moest vertrekken, liepen de tranen gewoon over mijn wangen.
De kinderen aan de overkant blèrde: ‘Huilt mama?', tegen mijn man die naast mij stond en volgens mij aan bidden was en aan het piekeren hoe hij mij zover kreeg dat ik de sprong zou wagen. Mijn man brulde: ‘stil nou maar!' terug. Ik dankte God voor mijn leven tot nu toe en dat wij daar, bij mijn weten, de enige Nederlanders waren op dat moment. Ik ging!
Grenzen heb ik verlegd, met lengtes, kan ik u zeggen. Ik heb het parcours afgemaakt en toen de rest van mijn gezin grotere hoogten ging zoeken, zijn mijn jongste slingeraap en ik het gele parcours nog eens gaan doen. Op een gegeven moment zei hij: ‘Zal ik eens vallen?' Ik zag meteen wat hij bedoelde. Geniaal! We hadden een soort veiligheidsbroekje aan en waren steeds gezekerd. Er kon hem niets gebeuren. Maar dat weet je pas als je het doet: vallen.
Ik zei: val maar. Ondanks dat wij wisten dat er niets kon gebeuren, was het griezelig, maar daar hing hij. Toen hij dat ervaren had, ging hij dansend over de hindernissen, hij sprong op plankjes en touwtjes en riep: ‘Kijk mam, ik spring!' en ook: ‘Ik hang, zie je wel?', als hij zich weer had laten vallen. Geweldig. Ik dacht: ik mag niet vallen, met het gevoel dat ik te pletter zou vallen, mocht het toch gebeuren. Maar dat kon helemaal niet.
Volgens mij is dat genade. Balanceren op hoogtes met duizelingwekkende afgronden onder je soms. Je kunt denken: ik mag niet vallen, maar dat bevries je en zink je neer op je plankje of touwtje, jammerend dat het te moeilijk is, of niet eerlijk of stom of wat dan ook. Maar als het nou eens te moeilijk is of te zwaar, val dan maar of laat je even hangen boven de afgrond, in je veiligheidsbroekje. Je voelt het wel even in je buik, maar er gebeurt niets. Je bungelt en als je het weer aankunt, wandel je weer verder! Volmaakt liefde drijft de angst uit. Met een goed veiligheidsbroekje is er geen kunst aan eigenlijk. Ik zegen u op uw tocht! Zorg er wel voor dat de karabijnen altijd goed vast zitten aan de levenslijn, want anders werkt het niet...