Wie zijn eigen tuintje wiedt
Henk Karelse
‘Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien. Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.' (Hebr. 12:14-15)
Terwijl God ons zo geweldig overlaadt met zegeningen en ontelbare goede dingen, is het toch één van de grootste opgaven voor ons als christenen om ons hart en denken vrij te houden van alle dingen die de Geest van God bedroeven. Wat komt er veel op ons af wat onze gedachten en emoties beïnvloedt. Met alle contacten die er zijn met medemensen - met name medechristenen - is het zo gemakkelijk om een zaad van teleurstelling, boosheid, rancune, jaloezie, verongelijktheid of afwijzing ruimte te geven in de tuin van ons hart. Wat moeten we er voor waken om daar waar het goede zaad van het Woord van God behoort op te schieten en honderdvoudig vrucht te dragen, geen ruimte te geven aan allerlei negatief zaad, waaruit later weer ‘zaadgevend gewas' en ‘vruchtbomen' voortkomen.
Wat zijn bittere wortels?
Bijbels gezien zijn bittere wortels negatieve gedachten en emoties die ergens ruimte hebben gekregen en weggestopt zijn. Eerst vinden ze ruimte en groeien ze op een plek die men afgeschermd heeft voor de genade van God, vaak zonder dat anderen er vanaf weten. Je reageert verkeerd op iets wat er gebeurd is, wat een ander gedaan of gezegd heeft. Dat negatieve zaadje vernietig je niet, maar je begiet het weer met woorden, terwijl je begrip van anderen vraagt over hoe fout de persoon in kwestie wel niet was. Verkeerde raadgevers of partijgenoten helpen met het begieten van het zaad. En voilà, je gaat de bitterheid normaal vinden, gaat die ten toon spreiden en... de bittere wortel heeft ruimte gegeven om te groeien en de vruchten beginnen te komen.
Wat richten bittere wortels aan?
In Deut. 29:18 wordt gezegd: ‘Laat er onder u geen wortel zijn, die gif of alsem voortbrengt'. We weten wat gif doet: het brengt ziekte en dood voort. Dit woord kwam tot Mozes naar aanleiding van het feit dat sommigen zo klakkeloos met Gods verbond omgingen. Dat gevaar is er ook voor ons gelovigen van het Nieuwe Verbond die door genade leven! Wat gebeurt er als we bittere wortels met ons meedragen?
- De genade van God wordt belemmerd (vers 14). Voor onszelf, omdat we die niet aangrijpen in een lastige situatie, vooral als we denken helemaal ‘in ons recht' te staan. En we belemmeren de genadestroom naar anderen. We kunnen ons niet verblijden als ze gezegend worden en schenken geen vergeving, waardoor het alles weer op ons terugslaat. ‘En wanneer gij staat te bidden, vergeeft wat gij tegen iemand mocht hebben, opdat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen vergeve. Indien gij echter niet vergeeft, zal ook uw Vader, die in de hemelen is, uw overtredingen niet vergeven.' (Marc. 11:25-26).
- Er wordt verwarring gesticht (vers 15). Het woord dat in de grondtekst gebruikt wordt heeft te maken met: binnendrommen, in een bende aanvallen, kwellen, irriteren, pesten, afmatten, voortdurend bestoken, ziek maken. Wat een gruwelijke gevolgen; een hele negatieve sfeer komt er in en om ons heen en we dragen het over op anderen. Zie het volgende punt...
- Zeer velen worden besmet (vers 15). Dit ‘besmetten' wijst op de gevolgen voor anderen. Ze worden negatief beïnvloed. In Bijbelse tijden kon iemand die besmet was niet komen aanbidden voor Gods aangezicht en mocht men God daardoor niet dienen. We besmeuren anderen met onze bitterheid en dragen ziektekiemen over. Terwijl vers 13 het juist heeft over ‘doch veeleer geneze'!
- We gaan ook bitterheid ventileren (Mat. 12:34 - ‘Uit de overvloed des harten spreekt de mond'). De bitterheid in het hart gaat ook een uitweg zoeken via de mond, en onze woorden worden cynisch, sarcastisch, scherp, spottend, kritisch, klagend, overtuigend over hoe fout de ander wel niet was. Dat is het bittere water uit de zilte bron waar Jacobus 3:11-12 over spreekt.
Hoe komen we van bittere wortels af?
- Eerst moeten we gaan zien dat, wat er ook gebeurd is, we verantwoordelijk zijn voor onze eigen reacties en die in Gods licht moeten plaatsen.
- We moeten afrekenen met zelfrechtvaardiging, zelfmedelijden en support zoeken bij anderen; we moeten onze eigen zonden belijden.
- Geloof dat het kruiswerk van Christus alle bitterheid weg kan nemen (zie de typologie van het stuk hout dat het bittere water veranderde in zoet water, Ex. 15:22-26).
- Ga indien nodig in gesprek met de persoon in kwestie en zoek naar verzoening. ‘En bedroeft de heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing. Alle bitterheid... worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid. Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft.' (Ef. 4:30-32)
Lieve broeders en zusters, laten we de boze een gevoelige slag toebrengen en ons hart eens en voor altijd reinigen en rein houden van elke bittere wortel! Dan pas kan het zaad van Gods Woord de complete tuin van ons hart overnemen, en dragen we vrucht in volharding vanuit ‘een goed en vroom hart' (Luc. 8:15).
