Random foto van de Banier te Almelo Random foto van de Banier te Almelo

Random foto van de Banier te Almelo Random foto van de Banier te Almelo

Random foto van de Banier te Almelo Random foto van de Banier te Almelo

Random foto van de Banier te Almelo Random foto van de Banier te Almelo

Random foto van de Banier te Almelo Random foto van de Banier te Almelo

Random foto van de Banier te Almelo Random foto van de Banier te Almelo

Random foto van de Banier te Almelo Random foto van de Banier te Almelo
"Mijn huis zal een bedehuis
heten voor alle volken"

EXPANSIETAAL


Henk Karelse

"Maar nu wij dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk geschreven staat: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken, geloven ook wij, en daarom spreken wij ook." (2 Cor. 4:13)

Nooit van de term "expantietaal" gehoord? Ik eigenlijk ook niet, hoewel ik die taal wel heb horen spreken en spreek. In deze overdenking wil ik deze term gebruiken om uit te drukken welke taal ik in deze tijd van expansie graag wil spreken en ook horen.

Wat is "taal" eigenlijk? Het woordenboek geeft er een aantal beschrijvingen over, waaronder "het door de spraakorganen voortgebrachte middel waarvan de mens zich bedient om zijn gedachten of gevoelens kenbaar te maken, eveneens toegepast op de aanduiding van dat middel door schrift of druk".

BROEDER KALEB
Eén van de meest markante persoonlijkheden in de boeken van Mozes is Kaleb. God zei van hem dat bij hem "een andere geest" geweest was (Num. 14:24) en ik denk dat die, om met Paulus te spreken, omschreven kan worden als "de Geest van het geloof". Kaleb leefde in een sfeer van ongeloof, twijfel en geklaag, maar die sfeer kon zijn denken en voelen - en dus ook zijn tong - niet in bezit nemen. Samen met Jozua en tien andere verspieders (allen "vorsten", leiders die hun stam vertegenwoordigden) vormde hij een team dat uitgezonden werd naar het land der belofte. Ze hadden het voorrecht om als eerste Kanaän door te trekken en te verkennen. Het waren veertig dagen vol geweldige indrukken en de zichtbare feiten logen er niet om: de druiven waren reusachtig, maar de inwoners ook!

WOORDEN VAN OPBOUW
Kaleb sprak naar Ef. 4:29, "een goed woord, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen". De woorden van de tien verspieders, leiders in ongeloof, waren heel acceptabel voor het (ON)gezonde verstand: natuurlijk viel niet te ontkennen dat er reuzen waren en versterkte steden. Maar de Geest van geloof legde in Kaleb het beeld van verslagen reuzen, vernietigde legers, gevallen versterkte steden, een land waarin God gediend werd. Hij wist dat God, die niet liegen kan, gezegd had dat Hij het land aan Zijn volk zou geven. Daarom sprak hij de taal van geloof, waarin hij een voorbeeld is voor ons in de expansie die God ons beloofd heeft. Lees eens hoe zijn belijdenis was in Num. 13 en 14:

1. Laten wij vrijmoedig optrekken (13:30)
Als God gesproken heeft en Hij de weg opent, is het tijd om in actie te komen. Hij heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van geloof. De tien verspieders zeiden, "Het volk is sterker dan wij; wij zijn eigenlijk maar een stelletje onbeduidende sprinkhanen". Maar de geest van geloof in Kaleb was overtuigd van de waarheid, die Jesaja (40:22) later sprak, "Hij troont boven het rond der aarde, en haar bewoners zijn als sprinkhanen". Hij was er van overtuigd dat de reuzen eigenlijk de sprinkhanen waren en zei daarom, "Ik lust ze rauw!", zie 14:9. Staat u voor een dikke uitdaging? Ga met overtuiging de strijd aan en zeg, "De Heer is met ons, ik zie geen reden om niet vrijmoedig op te trekken".

2. We kùnnen het (13:30)
Overwinning verzekerd! Voor de tien verspieders was Gods toezegging een "mission impossible". Zij zeiden, "Dit kan niet", maar Kaleb en Jozua dachten er anders over. "Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft" (Fil. 4:13). Door het geloof was Kaleb een man, in wiens hart "de gebaande wegen" waren en hij wist dat er bij God een oplossing was voor iedere uitdaging.

3. Buitengewoon goed (14:7)
De andere tien vonden de onderneming "buitengewoon riskant en gevaarlijk". Ze projecteerden hun ongeloof op hun stamgenoten en als gevolg daarvan vond bijna iedereen dat Gods opdracht geen haalbare zaak was en men maar beter alles kon vergeten. Maar Kaleb wist op Wie hij zijn vertrouwen had gevestigd en was ervan overtuigd dat God bij machte was Zijn Woord te vervullen. Voor hem gaven de reusachtige druiven de doorslag, niet de reusachtige inwoners. Hij ging voor de melk en honing, en in gedachten at hij sprinkhanen met honing.

4. Gods welgevallen is waar het om gaat (14:8)
Voor Kaleb was Gods wil, Gods glimlach, Gods welbehagen factor nummer één. Alles waar het hem om ging was dat hij zou wandelen aan de zijde van Hem, die gesproken had, en Zijn instructies zou opvolgen. En hij wist het, dan zou God Zijn volk brengen in het land en het aan hen geven...

Spreekt u "expantietaal"?